Februari - Sprokkelmaand

 Deze week duik ik de geschiedenis in. Het mooie van de seizoenen zo volgen, is dat het al eeuwenlang zo gaat. Ik vind dat altijd wel een geruststellende gedachte, dat ik niet de enige ben, die aan het simmen is over dat het zo lang duurt, die winter.

Al ergens tussen 1970 en 1880 schreef J.J.A. Goeverneur het volgende gedichtje over februari in zijn kinderboek ‘De 12 maanden van het jaar in 60 tafereeltjes’. Over hoe fijn het is dat de dagen lengen. Hoe belangrijk het was om thuis een kachel te hebben (stel je eens voor, dat het binnen dan ook nog koud is!) en hoe we deze maand maar gewoon lol moeten maken met elkaar. De dagen vliegen, maar er verandert feitelijk niets.        
De dagen worden langer al, Al is ‘t ook een klein beetje;
Maar, lieve vrindjes, weet-je,
Een beetje is meer als niemendal:
Elk beetje brengt ons voet voor voet
Weer ‘t lieve voorjaar te gemoet.

Komt, laat ons eens naar buiten gaan,
Naar ‘t bosch en naar het veld;
Daar zien wij nergens bloemen staan,
Maar ‘t is er naar gesteld.
Die arme kinders in het bosch
Slaan op de dorre takken los
En rapen van het droge hout,
Want ach, ‘t is bitter guur en koud,
En als men thuis geen vuurtje had,
Waarbij men zich kon warmen wat,
Hoe akelig was dat!

Daarbij zit dood op zijn gemak,
Gestoken in zijn zwarte pak,
 De raaf hoog boven op een tak
En roept: Kras, kras,
‘k Wou, dat het zomer was!

De tuinlui werken op hun land
Met zware schoppen in de hand,
Terwijl een boertje vergenoegd
 Met zijne paardjes ‘t veld beploegt,
En men soms eens een jager ziet,
Die eenden schiet in ‘t hooge riet.

En in de stad, hoe is het daar? -
‘t Jong volkjen is er soms eens blij
 En houdt dan vroolijk met mekaar
Een kleine danspartij,
Springt lustig in de rij
Of heeft op andere manier
Pret en pleizier.


No comments:

Post a Comment